Just because I'm quiet........... doesn't mean I don't have a lot to say
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Verkade. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Verkade. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 10 februari 2021

Verkade

Op de valreep van het vorige jaar is Kees Verkade (1941 – 2020) overleden.
Eén van de beste beeldhouwers die we hebben/hadden in dit land.
Helaas dacht Nederland daar niet zo over want hij woonde al sinds de zeventiger jaren in Monaco. Zoals ik al eerder opmerkte is hij niet te vinden op de 'kunstnaarvanhetjaar-site'

Ook in het boek: ‘van Rodin tot Bourgeois, sculptuur in de twintigste eeuw’ wordt hij niet genoemd. Geen enkel praatprogramma heeft aandacht besteed.  Te druk met coronaspecialisten.
Ik begrijp niet waarom hij zo wordt genegeerd al zal dat nu misschien anders worden.
Na je dood wordt alles anders. Vincent van Gogh – die ook uit Nederland weg vluchtte -  zou erover kunnen meepraten.
Wanneer er wereldwijd aandacht komt zijn we weer de eerste om de ‘eer’ op te eisen.
Hypocrisie heet dat geloof ik.

Wij zijn ooit eens naar een expositie van Verkade geweest in Den Haag en ik was diep onder de indruk. Het was weer die beweging in de kunstwerken die mij aansprak.
Mogelijk is dat niet vernieuwend genoeg meer om de aandacht te trekken maar wanneer iets mooi is dan is het toch altijd mooi?  Kunst is toch geen kunst alléén omdat het vernieuwend zou zijn?
Ik zie vernieuwende dingen die abominabel zijn. Die vieze pindakaasvloer van Wim Schippers schiet me opeens te binnen. Tegelijk met het idee van ‘de nieuwe kleren van de keizer’.  Wanneer zou die bubbel eens worden doorgeprikt?

De zeer vooruitstrevende kunstenaars, of dat nu in de muziek, schilderkunst of beeldhouwkunst is, zijn de ‘voeling’ met het grootste deel van hun publiek kwijtgeraakt. Dan blijft het de vraag voor een kunstenaar of ie dat wel of niet wil. Of zouden ze zichzelf die vraag helemaal niet stellen?
Ik moet er nog eens verder over nadenken. *

‘Ons’ paaltje springende meiske van Verkade uit 1967, wat bij het gemeentehuis staat heb ik nu toch maar op de foto gezet.










12-02

Grappig, ik lees vanmorgen in de krant over Archie Shepp, een jazz saxofonist, dat hij zich op een bepaald moment realiseerde dat hij zich aan het vervreemden was van zijn doelgroep.
Hij stelde zichzelf dus wèl die vraag. Hij ‘maakte een U-bocht’ zoals de krant schreef en ging weer ‘terug’ naar zijn doelgroep.
Toch kan ik me ook wel voorstellen dat je dat als kunstenaar niet doet. Wanneer je je dat tenminste kunt permitteren, want die schoorsteen moet toch roken.

vrijdag 30 november 2012

Kunstgeschiedenis IV

Barok en Rococo

We zijn aanbeland in de zestiende eeuw. Luther met zijn reformatie brengt de macht van Rome aan het wankelen. De contraformatie is het antwoord en een grondslag voor een nieuwe, uitbundiger stroming; ‘barocco’.
Belangrijkste kenmerken: dynamische beweging door middel van diagonalen, asymmetrie en gebogen lijnen en emotionele effecten die worden bereikt door het chiaroscuro- effect van da Vinci (claire obscure) Daar komt onze Rembrandt om de hoek kijken die deze stijl met grotere zeggingskracht weet te brengen.
Dit is Petrus in de gevangenis.












Gianlorenzo Bernini kreeg de opdracht het St Pietersplein aan te kleden en het resultaat had het effect van een moederlijke omarming door de kerk.
Toen wij met onze jongste zoon, die toen vijf jaar was het St. Pietersplein opliepen slaakt hij een kreet en riep, geïmponeerd door de ruimte, enthousiast: “ Jippie.....Hier kun je lekker goed skeeleren!”
Op Bernini ben ik helemaal verliefd geworden. Ik kwam hem pas op het spoor via Dan Browns ‘Bernini mysterie’.
Sindsdien heeft hij mij niet meer losgelaten. Na Kees Verkade en August Rodin die ik gewoon eerder kende bracht hij het kippenvel op mijn lijf. Er zijn niet veel mannen die dat voor elkaar krijgen. *grinnik*
Als je de Renaissance David van Michelangelo en de Barokke David van Bernini met elkaar vergelijkt….tsja….geef mij Bernini dan maar. Daar spat de energie vanaf. Toen wij later nog eens in Rome waren was de eerste gang dan ook naar piazza Navona en villa Borgheze waar zijn meest bekende werken staan.

Je zou het werk van Bernini 'Intentioneel beeldhouwen avant la lettre' kunnen noemen.










In Nederland en Noord Duitsland blijft deze stijl wat ingetogener door het protestantisme. Toch ontwikkelt zich dankzij de welvaart een culturele bloei in de lage landen. Vooral de schilderkunst. Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen en van Ruysdael zijn bekende namen geworden. Elke stad of dorp heeft wel zo zijn ‘schilders buurt’.
In Frankrijk krijgt de architectuur meer ruimte onder de zonnekoning: Lodewijk de XIV. De barok in dit land gaat op kousenvoetjes over in de Rococo (1715-1770) met meer élégance en lichtvoetigheid. Evenals in Duitsland en Oostenrijk. Dan krijg je zoiets van Balthasar Neumann in het bisschoppelijk paleis van Würzburg:

maandag 14 oktober 2019

Luchtdanseres


Een kunstwerk wat mij aansprak is het kunstwerk waarmee ik op een dag opeens oog in oog stond bij metrostation Delfshaven, Rotterdam.
De luchtdanseres (1985) van Eddy Roos. (1949)















Ik denk dat het weer die beweging is waardoor het mij aanspreekt. Toen ik op het wereldwijdeweb eens ging snuffelen kwam ik erachter dat Eddy Roos zelfs de ‘briljanten kunstenaar’ van het jaar 2019 is geworden.

Maar tot mijn stomme verbazing kon ik Kees Verkade in geen enkel lemma vinden.
Dat vond ik schandalig. Wat mij betreft hoort hij zelfs in de galerie der onsterfelijken. Toen ik wat langer op de site grasduinde kwam ik tot de conclusie dat het een ‘stoelendanssite’ was.
Het stelt niet veel voor wanneer je er eenmaal op bent beland.
Ook een soort van ‘Old Boys Network’ maar dan iets anders.
Daar hebben we er al genoeg van in dit land.

vrijdag 26 juli 2019

Camille Claudel


‘Een vrouw. Roman over een stormachtig leven.’
Geschreven door Anne Delbée (1946) in 1982.
Deze keer las ik een colibri uitgave dat is wat gemakkelijker op het strand met deze temperaturen.
Al eerder las ik dit boek en de naam Camille Claudel (1864 - 1943) met haar tragische geschiedenis is altijd blijven hangen in mijn hoofd.
Oudere zus van de veel beroemdere Paul Claudel, leerlinge, muze en minnares van Auguste Rodin, maar vooral beeldhouwer. Statuaire.
Wel grappig trouwens; het idee om iemands muze te zijn. Dan dien je nog een verheven doel.

Misschien raakte dit boek mij omdat ik denk dat de schrijfwijze net zo rommelig en chaotisch is als Camille waarschijnlijk was.
Tussen het heen en weer springen van scenes moet je zelf het chronologische verhaal weven.


Delbée kwam met haar in aanraking door de toneelstukken van Paul en het gegeven dat Camille dertig jaar in een inrichting heeft gezeten; daar ook is gestorven zonder nog maar iets te fabriceren. Het greep ook háár aan.
In het boek staan verspreid gedichten en zinnen van Paul, waar Delbée goed in thuis is en stukken uit de brieven van Camille, noodkreten uit het gesticht.
Camille beeldhouwde met klei, marmer en jade; Paul met woorden.
Beiden zeer begaafd.
Philippe Claudel (1962) moet, gezien zijn begaafdheid en zijn uiterlijk, familie zijn van Paul. Wellicht een kleinzoon?
Van hem las ik van alles.

Camille, tweede kind van Louis P. Claudel en Louise A. Cerceaux. Vóór haar een broertje dat jong stierf; na haar een zusje, Louise en daarna een broertje: Paul.
Ze had een slechte relatie met haar moeder en haar zusje. Met haar vader en Paul ging het beter. Ze was niet zo’n meisjesvrouw.
Maar wat ik er zo van begrijp was ze een wispelturig meisje. Beetje onberekenbaar en dat kan bedreigend zijn.
Een week na haar vaders dood, in maart 1913 werd Camille, toen 49 jaar uit haar huis in Parijs opgehaald en in een tehuis gestopt in Ville-Evrard. Ze wist niet eens dat haar vader, waar ze een goede band mee had en die haar heel goed begreep, overleden was. Later is ze overgeplaatst naar een gesticht in Montdevergue, vlakbij Avignon. Kwam dat uit de lucht vallen? Nee, ze was vereenzaamd, vervuild en berooid en leed aan achtervolgingswaanzin.
Ze is niet meer uit het gesticht gekomen.
Paul heeft haar nog een enkele keer bezocht. Moeder en zus nooit.
Ondanks de smeekbeden van Camille en ook de verzekering van de artsen dat ze het leven weer aankon, wilden haar moeder en Paul dat niet en is zij daar overleden in 1943 toen ze 79 jaar was.
‘Perseus,
hij die doodt zonder te kijken, hij die doodt zonder…..’.
(regels van Paul)
Hij heeft zich schuldig gevoeld, maar niet genoeg om daadkrachtig te handelen.

Ze is er overleden en begraven, zonder dat haar familie daarbij was en toen later de familie van Paul haar alsnog een nette begrafenis wilde geven was haar graf al geruimd.
Wanneer je daar allemaal goed over nadenkt krijg je pijn in je hart.
En ik heb echt geprobeerd om het ook van een andere kant te bekijken. Camille was onberekenbaar, raakte gedesoriënteerd, had misschien wel een bipolaire stoornis. En de tijden waren heel anders.
Ook mijn ‘schoon-oma’ is na haar vierde kind opgenomen in een inrichting met mogelijk een kraambedpsychose en is er nooit meer uit gekomen. Nu vinden we dat onmenselijk. Toen was dat kennelijk heel gewoon. Of je nu begaafd bent of niet.
Maar tragisch blijft het.

Haar leven in vogelvlucht: altijd heel aards, wil al jong beeldhouwer worden. ‘Het eerste waar God aan dacht toen Hij de wereld schiep was vormgeving!’
Vader werkt mee en ze komt terecht in Parijs. Maar vrouwen werden niet toegelaten tot de École des Beaux-Arts en zij belandde in een privékunstacademie, Académie Colarossi, onder leiding van Alfred Boucher (1850-1934). Wanneer Boucher naar Italië vertrekt laat hij de leiding over aan Auguste Rodin.
Rodin onderkent haar talent en zij mag bij hem komen werken. Ze wordt zijn muze en minnares maar op een gegeven moment vindt Camille dat zij meer tijd en ruimte nodig heeft voor haar eigen ideeën en begint als zzp-er. Maar als vrouw in die tijd kost dat dubbele energie. Het gaat dan ook met hoogte en dieptepunten en eindigt in een dieptepunt.

‘Mais le temps remettra tout en place’
Want nu heb ik een (replica) sculpture van haar in huis. Van ‘La Valse’.
En ik blijf ernaar kijken. Dat was de aanleiding om dit boek weer eens te lezen. Ik ga ook eens op zoek naar de werken van Paul Claudel. Ook al minacht ik hem voor wat hij heeft gedaan en vooral heeft nagelaten.

Er zijn verschillende films gemaakt over Camille en er komt weer een boek over haar uit van Karin Haanappel. Dat volg ik via Facebook.

Maar wat maakt nu dat de werken van Camille mij zo aanspreken? Daar moest ik ook over nadenken maar het is de ‘beweging’ en de emotie in haar werken.
Net als bij Bernini, wiens werken ze ongetwijfeld gekend heeft.
Bij Kees Verkade (1941) vind je dat ook vaak. Die werken spreken me ook aan, maar roepen bij mij minder emotie op.